Disclaimer     
Contact     
 

Friesland in beeld

 

Welkom op Friesland-digitaal

Op deze site komen alle steden, dorpen en gehuchten te staan van Friesland.Van alle plaatsen gaan we de belangrijke gebouwen online zetten!

Tevens gaan we in op de geschiedenis van Friesland en de betreffende steden en dorpen. Mocht u tips of andere interresante wetenwaardigheden hebben dan kunt u die via de contact link melden. .

Tevens is het mogelijk om op deze site te adverteren voor bedrijven.

Historie Friesland

Ontstaan. Friesland is gedurende honderden miljoenen jaren onderdeel geweest van een ondiepe kustzee, maar tijdens de verschillende ijstijden viel het zuidelijke Noordzeegebied droog, doordat veel zeewater werd opgenomen in poolkappen en gletsjers. Tijdens de voorlaatste ijstijd (Riss-ijstijd of Saalien, 200-125.000 jaar geleden) was geheel Friesland bedekt met landijs. Doordat het ijs zo nu en dan oprukte en zich dan weer terug trok, werd in het huidige Gaasterland keileem afgezet. Opgeduwd door het ijs en bestaand uit leem met grind en stenen van diverse afmetingen, afkomstig uit ScandinaviŽ werd de grond omhoog gedrukt; hierdoor ontstonden de keileembulten van de Friese kliffenkust, waaraan ook Urk, Wieringen en Texel hun ontstaan te danken hebben. Na de Riss-ijstijd is Friesland overspoeld geraakt door de zee, waarbij lagen zand en klei zijn afgezet. Tenslotte brak de laatste ijstijd aan ((WŁrm-ijstijd, 70-10.000 jaar geleden), waardoor het zuidelijke Noordzeegebied opnieuw droog kwam te liggen. Het ijs reikte dit keer niet tot Nederland, maar wel tot in Noord-Duitsland; in Friesland heerste toen een toendraklimaat. Aan het eind van de ijstijd steeg de zeespiegel weer en in de beschutting van een reeks strandwallen (die zouden leiden tot de latere Waddeneilanden) ontstond 7000 jaar geleden een enorm waddengebied, dat noordelijk en westelijk Friesland omvatte.

Friesland krijgt vorm. In de vele duizenden jaren die volgden waren er perioden dat de zee zich terugtrok. Zo konden op deze wadden grote veengebieden (basisveen) ontstaan, die herhaaldelijk werden overstroomd en overdekt door zeeklei. Beide processen leidden tot ophoging en uitbreiding van het land; het zeewater dat nog maar net aan het hogere land kon overstromen zette alleen het allerfijnste slib af, waardoor in het Friese kustgebied de zgn. knipkleigebieden ontstonden die alleen als weiland geschikt bleken. Het waddengebied werd steeds kleiner maar drong het hogere land nog wel binnen via de Lauwerszee (tussen Groningen en Friesland), de Middelzee (dwars door het Friese land) en het Vlie (tussen Vlieland en Terschelling). In de 11e eeuw breidde het Vlie zich uit ten koste van het Almere, een aantal grote veenmoerassen ten ZW van de Friese kliffen: hier ontstond de Zuiderzee, die daarna nog veel groter zou worden, o.m. door een aantal grote stormen in de 13e eeuw.

Bewoning en ontginning. Na de laatste ijstijd is het hogere Gaasterland al zo'n 5000 jaar geleden bewoond geraakt, o.m. door hunebedbouwers en mensen van de Vlaardingencultuur. In de kleistreken waren de eerste bewoners pas 700 v.Chr. verschenen; zij ontdekten dat de kleigronden geschikt waren voor het weiden van runderen en schapen. Vanwege de regelmatig terugkerende stormvloeden konden zij zich echter alleen duurzaam handhaven op kunstmatig verhoogde woonplaatsen, de bekende terpen die zo kenmerkend zijn voor het Friese kleilandschap. Terpen bleven meestal in omvang toenemen door toevoeging van mest en afval. Vanaf de 9e eeuw werden er ook kerkjes en kerkhoven op gezet. De grootste aantallen terpen werden opgeworpen in Westergo, de streek tussen het Vlie en de Middelzee (die vanaf de Noord-Friese kust zuidwaarts liep, vlak ten westen van Leeuwarden, tot bij Sneek en Bolsward.
De Friezen in het kustgebied hadden nauwelijks akkerbouw; vee, huiden en wol (later het beroemde Friese laken) werden in andere streken verhandeld in ruil voor graan. Al in de 8e en 9e eeuw werd Stavoren een belangrijk handelscentrum, in de 10e eeuw gevolgd door Dokkum, Leeuwarden en Bolsward. Inmiddels was ook Fries zout kostbare handelswaar geworden, gewonnen uit de met zout doordrenkte veenpakketten (selnering of darinkdelven).

Inpolderingen. Om de gevolgen van stormvloeden en van inklinking van veen en klei tegen te gaan werd in de 11e eeuw begonnen kwelderland te omdijken, zodat het gebied kon ontzilten om vervolgens een betere kwaliteit weidegrond te worden. Kloostergemeenschappen namen hierbij het voortouw. Ook in waddengebieden werden technieken ontwikkeld ten behoeve van landaanwinning. Met paalschermen werd de afzetting van slib bevorderd, terwijl afvoersloten zorgden voor een snelle afvoer van het zeewater. Na enige tijd werd er een lage dijk om het nieuw gewonnen land gelegd en zo ontstond er een zomerpolder die gedurende de zomers beweid konden worden. Steeds grotere successen werden geboekt; in de 13e eeuw werd de zuidelijke helft van de Middelzee ingepolderd.

Bestuurlijke ontwikkeling. Vanaf de Romeinse tijd behoorden delen van Holland en Utrecht bij het onafhankelijke Friese landen. In de 7e eeuw wonnen de Franken echter terrein en in 718 veroverde de Frankische vorst Karel Martel West-Friesland (onder het Vlie) en kort daarna het Friese land tot aan de Lauwers. Maar binnen het Frankische rijk konden zich na 800 relatief onafhankelijke landen ontwikkelen - waaronder de Friese Landen. Tot aan de 14e eeuw is Friesland zelfstandig gebleven en heeft vele overwinningen behaald in de strijd om de grond. In 1345 is de Slag bij Warns de laatste grote overwinnning die de Friezen behalen voor het behoud van eigen bestuur.
Hierna volgden een paar nederlagen en even later heeft Friesland zich laten aansluiten bij de latere provincie Holland. Afhankelijk van de bestuurder in Holland, hoorde Friesland de ene keer wel bij de provincie, en later weer niet. Stadhouder Willem van Oranje was zeer geliefd bij de Friezen. Toen het zuiden van de Republiek in handen was gekomen van de Frankrijk, hebben zij trouw gezworen aan de stadhouder en hebben zich verzet tegen inlijving bij Frankrijk.

Afsluitdijk. Al in de 19e eeuw werden plannen gemaakt voor afdamming van de woelige Zuiderzee. Maar pas in 1918 werd een wet aangenomen die afsluiting en gedeeltelijke drooglegging van de Zuiderzee voorschreef, naar aanleiding van het ontwerp van ingenieur Lely. De bouw van de 32 kilometer lange Afsluitdijk naar het Noord-Hollandse Wieringen werd destijds met klassieke middelen uitgevoerd. Men gebruikte zinkstukken van rijshout, keileem, zand en klei. De aanleg van de 30 km lange dijk duurde van 1927 tot 1932.

Recreatie en toerisme. Door de Friese Meren en de ligging aan het IJsselmeer zag het agrarische Friesland na 1960 een ongekende ontwikkeling van de waterrecreatie. In combinatie met het verblijfstoerisme op de Waddeneilanden en de aantrekkingskracht van de fraaie Friese steden is Friesland een van de meest belangrijke regio's voor het toerisme geworden.

Bron: www.kustgids.nl

Geschiedenis van de Friese vlag

De Friese vlag kenmerkt zich vooral door de 7 rode plompe- waterleliebladen (Fries: pompeblêdden).
Volgens overlevering symboliseren deze plompebladen de 7 (vroeg middeleeuwse) Friese zeelanden: zelfstandige landstreken langs de kust van Alkmaar tot de Weser, die samengingen in een verdedigingsverbond tegen de Noormannen.

Al in de 11e eeuw was een vlag met 'pompeblêdden' bekend. Dit kan men opmaken uit verzen van het Gudrunlied. Omstreeks 1200 vertonen Scandinavische wapenschilden velden bestrooid met leliebladen of harten, dikwijls in combinatie met afbeeldingen van leeuwen.

De Friese vlag in zijn huidige gedaante is meer dan honderd jaar oud. In 1897 werd hij door gedeputeerde staten goedgekeurd en in 1927 voor het eerst officieel gebruikt. Pas in 1957 is de vlag door de staten van Friesland vastgesteld en aan de Koningin ter bevestiging aangeboden.

Provinciale staten van Friesland besloten in hun vergadering van 9 juli 1957 tot vaststelling van de Friese vlag en de omschrijving daarvan als vogt te doen luiden:

Een vlag van zeven schuine banen van gelijke breedte, afwisselen cobaltblauw en wit; de middellijn van de middelste baan beginnende boven aan de broekzijde en gaande van hoek tot hoek; de witte banen beladen met zeven scharlakenrode plompebladeren loodrecht op de as van de baan staande en geplaatst 2 : 3 : 2

Bron: Vofkampen.nl

Friese vlag

Wapen Friesland

" In azuur twee gaande, boven elkander geplaatste leeuwen van goud, vergezeld van zeven liggende blokjes van hetzelfde, geplaatst 2:2:3. "

NB : De beschrijving vermeldt niet dat het schild gedekt is door een vijfbladerige kroon en wordt gehouden door twee leeuwen van goud.

 

Wapen van Friesland

Oorsprong/Verklaring:

De historie van Friesland en van het wapen van Friesland is vrij complex. Het gebied Friesland werd in 1165 door keizer Frederik Barbarossa als condominium (een gebied bestuurd door twee heren) uitgegeven aan de Graaf van Holland en de Bisschop van Utrecht. Deze situatie duurde echter niet lang. De eerste Graaf van Friesland was Willem, broer van Dirk VII van Holland. Echter zijn opvolgers wisten het gezag in Friesland niet te handhaven. Dit leidde tot een langdurige strijd tussen de Friezen en de graven van Holland. Dit speelde zich met name af in het huidige West-Friesland. Dit is ook het gedeelte van Friesland dat altijd tot Holland is blijven behoren. Ook in het wapen van Noord Holland komt het wapen van Friesland terug.

Van de graven van Holland als graven van Friesland zijn wel zegels bekend, maar deze vertonen alleen het Hollandse wapen (zie Zuid Holland).

Aan het eind der 13e eeuw tracht Reinoud I van Gelre zijn gezag in Friesland ten oosten van het Vlie (Friesland en Groningen) te vestigen. Hij verkreeg wel de titel Rijksstadhouder van Oost-Friesland, maar hij wist zijn gezag niet te handhaven. Ook met hulp van de stad Groningen en de graven van Holland lukte het de Gelderse graven niet een blijvend gezag te vestigen in het gebied. De titel Rijksstadhouder bleven ze wel voeren, ook na verlening van de hertogstitel in 1339.

Het is niet bekend of de Gelderse graven en hertogen een apart wapen voor Friesland voerden. Wel is er een banier bekend uit het wapenboek Gelre, waarmee de Friese partij in de slag van Hoogwoud wordt aangegeven. Dit wapen vertoont twee gaande leeuwen op een blauw veld bezaaid met zilveren penningen. Dit is duidelijk afgeleid vaan het Gelderse wapen, waar echter maar één leeuw op voorkomt. De beide leeuwen kunnen dus slaan op Gelderland en Friesland. De blokjes in het Gelderse wapen verdwenen in 1339.

Op een manuscript uit 1409 wordt nogmaals een wapen met twee leeuwen op een veld bezaaid met penningen afgebeeld. Dit wapen stond voor de stamvader der Friezen, Radboud, die in 719 stierf. Dit wapen is hem dus later toegekend en geeft aan dat het wapen met de leeuw als wapen van Friesland werd beschouwd.

Ondertussen probeerden de graven van Holland nog steeds hun claim op Friesland te verstevigen (zij noemden zich nog immer graaf van Friesland), maar dit had geen succes. Filips de Goede van Bourgondie, graaf van Holland, profileerde zich in de 15e eeuw opnieuw als graaf van Friesland. In een wapenboek wordt voor deze titel het Friese wapen met de leeuwen en de penningen opnieuw afgebeeld. Ook voerde hij en zijn opvolgers het wapen als onderdeel van hun grote wapen.

Aan het einde der 15e eeuw kwam er uiteindelijk door diverse oorzaken een eind aan de vrijheid van de Friezen. Ze werden onderworpen door Albrecht van Saksen, veldheer van koning Maximiliaan I, en gouverneur en landvoogd van Friesland. In zijn wapen voor Friesland liet hij de penningen weg en nam daarvoor in de plaats gouden blokjes, als herinnering aan de Gelderse graven (en aan zijn opdrachtgever, Maximiliaan voerde de titel Hertog van Gelre).

Onder Karel V werd het wapen eveneens gevoerd en werd er ook een zegel gesneden met het wapen. Onder Filips II werd het aantal blokjes bepaald op zeven. Sindsdien is het wapen op zich niet meer gewijzigd. De zeven blokjes slaan op de Friese kwartieren West-Friesland, Westergo, Oostergo, Hunsingo, Fivelgo, Emsingo en Jeverland. Dat een groot gedeelte van die gebieden inmiddels buiten Friesland lagen was daarbij niet van belang.

Het wapen werd eerst nog afgebeeld op een dubbele adelaar, als symbool voor de directe rijksafhankelijkheid, maar tijdens de Republiek verdween de adelaar. Schildhoudende leeuwen verschijnen in de 17e-18e eeuw.

Opvallend is dat het typische Friese symbool, de schuinbalken met de plompebladeren, die voorkomen in de Friese vlag, eigenlijk het gebied aanduiden van Friesland buiten het huidige Friesland. Het is dus juist niet het symbool voor Friesland. Ze komen daarom voor in het wapen van Groningen !

Bron: www.ngw.nl

 



 
             
Copyright © 2008 Friesland digitaal