Warten in beeld

 

Welkom in Warten

Algemeen
Warten ligt centraal in Friesland op korte afstand van Leeuwarden, Drachten, Heerenveen en Sneek en telt bijna 1000 inwoners. Het dorp ligt in de onmiddellijke nabijheid van een van de belangrijkste natuur- en recreatiegebieden van Friesland, namelijk De Alde Feanen (nationaal park i.o.). Dit is dan ook de reden dat Warten met recht kan worden aangeduid als de toegangspoort naar de Alde Feanen, jaarlijks passeren ca. 12000 pleziervaartuigen vanuit Leeuwarden het dorp naar dit natuur- en recreatiegebied.

Door de watersport heeft Warten een goede naam op het gebied van scheepsbouw, reparatie, winterberging en onderhoud. Tevens zijn in het dorp een aantal verhuurbedrijven van plezierjachten gevestigd. De jachthavencapaciteit in het dorp is ca 750 aanlegplaatsen waarvan een deel zelfs overdekt. Daarnaast zijn er voldoende aanlegplaatsen voor passanten.

Geschiedenis Warten

Het dorp is ontstaan aan het riviertje het Ald Djip. In 1543 wordt het op kaarten reeds aangegeven als Warthna. Omstreeks 900 was er al terpbewoning en kwam de naam Wartengahe al voor. Het verhaal gaat dat de stad Warten ooit in het Ald Djip is verzonken.

Warten was een dorp van vissers en boeren. Een van de eerste zuivelfabrieken 1898 is dan ook in Warten te vinden, de coöperatieve stoomzuivelfabriek "Helpt elkander". Vroeger was Warten slechts over water te bereiken. Pas in 1953 kwam de weg naar Grou gereed. Vervoer vond daarom over water plaats.

De historie van het dorp wordt ook getoond in de twee museums die het telt. Het Earmhûs, gespecialiseerd in de binnenvisserij, en de "Greidbuorkerij". Deze boerderij is de enige nog bestaande boerderij van het type "langhûs". Deze boerderij is geheel in zijn oorspronkelijke staat teruggebracht.

Over Warten (Wartena) bestaat een legende. Voor het jaar 1200 zou het een stad zijn geweest. Het was een bloeiende nederzetting, en het land rondom was vruchtbaar. Maar, op 16 januari 1219, op Sint Marcellus dag, overstroomde heel Friesland. Er kwamen wel honderdduizend mensen bij om het leven. De stad Warten verdronk in het water en het landschap werd door de zee zo veranderd, dat later de plaats van de eerdere stad pas na lang zoeken kon worden gevonden. Volgens de legende moeten in het Wartenster Wiid nog resten van de oude stad te vinden zijn.

De werkelijkheid is anders. In de Romeinse tijd, voor het jaar 1000, werden al tal van plaatsen bij Warten bewoond en in de Middeleeuwen weer. Daarna zouden de plaatsen verlaten zijn, mogelijk door wateroverlast. In de tijd van Karel de Grote kwam de naam Wartengahe voor. Omstreeks 900 kwam de naam Wartengahe voor volgens aantekeningen uit het klooster Fulda, dat hier in die tijd veel bezittingen had. Dit kan Warten of Wergea zijn. Wij gaan er van uit dat het hier Warten betrof.

Het ontstaan van het dorp hangt nauw samen met de rivier "it Alddjip". Van deze rivier is nog een stukje te vinden aan de noordkant van de Oosterburen. Op kaarten uit 1847 van Eekhof kunnen we tussen het Stûkfjild en de Warren, noordoostelijk van Warten, de oude loop van de rivier als voortzetting van de Burgumer Ee vanaf Sûwald terugvinden. Veel eerder wordt het Alddjip al genoemd in de Benificaal boeken van 1543. In 1438 komt Warten al voor als vergaderplaats van het Lappaverbond (een waterstaatkundige organisatie). Het Alddjip werd aangegeven als een natuurlijke stroom vanaf Suawoude naar Warten, langs Swichum naar de Middelzee bij Barrehais. Warten was alleen maar via het water te bereiken, of via Wergea over een modderweg waarbij men zesmaal over een klein bruggetje (barten of vlonders) moest lopen. Pas in 1865 werd er een verharde weg naar Garijp aangelegd, in 1866 gevolgd door een weg naar Wergea. Daarvoor ging alles wat men maar nodig had met vervoer over water. Als men naar Leeuwarden wilde om boodschappen of familiebezoek kon men met een beurtschipper meevaren. In 1900 waren er twee van deze beurtdiensten naar Leeuwarden. Afgelegen boerderijen bleven ondanks deze twee wegen slecht bereikbaar. Schoolkinderen gingen met een roeiboot of praam naar school en bleven vaak in de winter bij familie in het dorp. In 1953 werd de weg naar Grou aangelegd. Dit was voor de boerderijen in het Leechlân een enorme verbetering.

Door onderzoek kwam nog iets anders naar voren, nl. de kerk in Warten. De huidige kerk is gebouwd in 1780. Maar de kerk die daarvoor in het dorp stond was gebouwd met duivesteen (dowestien). Dit betekent dat de kerk in de 11e of de 12e eeuw is gebouwd. Maar de kerk moet volgens H. Mol van de Fryske Akademy een heel stuk ouder zijn. Het zou een "seendtsjerke" zijn geweest. En het middelpunt van een dekanaat. In een "seendtsjerke" werd kerkelijk recht gesproken. Rond 1200 stond in de kerk een pastoor, nl. Jaricus of Jarich. Deze man zou erg goed ziijn geweest in de wetenschappen en kon gedichten schrijven. Om deze en andere redenen was hij abt van het klooster Mariëngaarde bij Hallum. In de toren bevinden zich nog de oude balken van de oude klokketoren. In de kerk zijn prachtige gebrandschilderde ramen te bezichtigen. Deze zijn gemaakt door Ype Staak. De ramen werden geschonken door gewestelijke bestuurders en hooggeplaatste personen.

Tot voor kort is Warten een dorp geweest van vissers en boeren. Nu is er nog maar één beroepsvisser over. De coöperatieve zuivelfabriek "Helpt elkander", opgericht in 1898 getuigd van veel boerderijen in de omgeving. Dit waren veelal kleine boerenbedrijven. Een voorbeeld van een kleine boerderij staat nog in het dorp en is te bezichtigen in de zomermaanden. Ook werden kofschepen gebouwd in Warten. Dit gebeurde op de werf midden in het dorp. Deze komt uit de 18e eeuw. In de balken kun je nog de maatvoering terugvinden van de kofschepen.

Bron: www.warten.nl

Wapen Warten

Wapen Warten

 

Omschrijving: in zilver zeven rode schijven geplaatst 4 : 3 :, een rood schildhoofd met drie zilveren zwanen met opgestoken vlucht. Het wapen komt voor in het wapenboek van Hesman in 1708. Een verklaring van het wapen kan zijn dat nu de zwanen zwemmen, waar vroeger de straten warten fan (bolstiennen) van de verdronken stad Wartena in ± 1219.

Bron: gemeente Boarnsterhim

 

 

 

 

 

 



 
             
Copyright © 2006 Friesland digitaal