Anjum in beeld

 

Welkom in Anjum

Over het ontstaan van Anjum kunnen we ons slechts een primitieve voorstelling maken. We gaan er vanuit dat, ver voor het jaar 1000, een zekere Ane in Anjum's dreven woonde. Ongetwijfeld zal hij een "verhevenheid" (terp) hebben opgeworpen om zijn huis en zijn vee te beschermen tegen het altijd weer opdringende water. Voor de nakome-lingen van deze stamvader werden nieuwe huizen gebouwd. Deze woningen, meestal bedekt met riet en stro, kwamen vaak dicht bij het ouderlijk huis te staan of men bouwde z'n eigen terp. Zo moet het dorp van de Anenga's, ons huidige Anjum, zijn ontstaan.In de 10e eeuw wordt Anjum al genoemd onder de namen Anigheim en Annegum, zodat het wel tot één van de oudste dorpen van Noord_Oost Friesland gerekend mag worden. In een Charter van 1242 vinden we een vermelding onder de naam Anenghum. De familie Anenga zal zich hebben uitgebreid en waarschijnlijk zijn er ook wel mensen komen wonen uit andere streken van Friesland.In de 11e eeuw werd het eerste kerkje gesticht. Het gebouwtje was opgetrokken van tufsteen in lengte variërend van 40 tot 36 cm, in de breedte van 17 tot 16 cm en in de dikte van 10 tot 9 cm. Uit de vorm van de thans aanwezige restanten is op te maken dat het romaanse kerkje zeer waarschijnlijk lager heeft gelegen dan het tegenwoordige kerkgebouw. Dat er in de kerk een altaar is geweest, blijkt uit het Register van Aanbreng (1511) waarin onder de bezittingen van de kerkelijke gemeente een inkomst wordt genoemd voor "Ons live Vrouwe Maria". Ook wordt hier bij herhaling gesproken over "den abt to Dockum" en worden als drie geestelijken aan de kerk verbonden genoemd de Heer Low (Pastoor), de Heer Johannes (Vicaris) en de Heer Dirck (Priester). Uit de aanwezigheid van deze drie heren blijkt wel dat Anjum in die tijd een vrij belangrijke parochie was.

In het jaar 1516 werd de Anjumer parochie door een ramp getroffen. Tijdens een zware storm, gepaard gaande met een overstroming, is de kerk ingestort. Veel adellijke huizen werden vernield terwijl in Anjum zelf bijna geen huis bleef staan.In 1570 was het weer raak. Een hevige noord-wester storm raasde over Friesland, vergezeld van springvloed. De dijken konden het niet houden en een groot deel van Friesland liep onder water. Tijdens deze "Allerheiligenvloed" verdronken er in Oostdongeradeel 1801 mensen waaronder 530 Anjumers.

Bij de kerkelijke omwenteling in 1580, toen in Friesland de Hervorming werd ingevoerd, verlieten ook de Anjumers de Roomse godsdienst. De laatste pastoor was Andreas Harke's en deze werd in 1583 opgevolgd door de eerste predikant Cornelis Everhardi.

In 1667 werd het eerste orgel in de kerk gebouwd door Coenraad Baders. Helaas heeft hij zijn orgel niet kunnen afmaken. Tijdens de bouw kwam Baders te overlijden en werd begraven in de kerk, onder het in aanbouw zijnde instrument. Harmen Jans uit Berlikum heeft het werk afgemaakt.
In 1681 werd Anjum door een windhoos getroffen. In de kerkelijke rekeningen lezen we hierover: "den 28en November is onse heerlijcke kercke ende tooren tot Aenyum verbrieselt ende gevallen" en even verder: "Ja oock het schoone nieuw gemaeckte orgel. En sin oock veele huijsen geweldig beschadigt, ja verscheijden geheel del ende om geworpen". Vier jaar later werd begonnen met de herbouw van de kerk.

In 1707 sloeg het noodlot opnieuw toe. Tijdens een zware storm werden een tiental huizen van Anjum's bodem weggevaagd. Tien jaar later, in de nacht van 25 op 26 december, brak de zeedijk op verschillende plaatsen door. Tijdens deze stormvloed verloren 53 Anjumers het leven.

In 1527 werd de "Holdingaburcht" gebouwd door een lid van het adellijk geslacht Holdinga. Het kasteel was omringt door grachten, brede singels en bossen. Omstreeks 1572 werd de burcht voor het grootste gedeelte in de as gelegd. Waarschijnlijk gebeurde dit door de hier nogal plunderende watergeuzen. In 1580 herbouwde Wilcke van Holdinga het kasteel in de stijl van zijn tijd. Helaas was de Holdingaburcht niet bestand tegen de slopingswoede van onze voorouders.

In 1832 werd het verkocht en afgebroken.In verband met de scheiding tussen kerk en staat in 1779 moesten de kerkelijke goederen worden verkocht. Om deze bezittingen veilig te stellen werd in ditzelfde jaar "de Reederij" opgericht. Veel heeft deze instelling voor de Anjumer bevolking betekend. Zo werd b.v. in 1818 een Armhuis opgericht. Wegens een meningsverschil over de besteding van de gelden werd de Reederij in 1875 opgeheven.Door de eeuwen heen heeft Anjum een 60-tal staten gekend. Rond 1900 waren hiervan nog een 20 over. Hoewel we nog veel namen van deze boerderijen uit de archieven kennen, zijn ze grotendeels in de nevelen der historie verdwenen.

In 1866 werd een Chr. Nat. School opgericht. Deze school bestond uit een verbouwde wagenschuur, één lang lokaal, waarin twee onderwijzers les gaven aan 110 leerlingen. Een nieuwe school werd gebouwd in 1905.
In het Register van Aanbreng (1511) wordt de Anjumer molen al genoemd. In 1889 ging deze molen door blikseminslag verloren. Op dezelfde plaats werd een nieuwe molen gebouwd. Over de windzaagmolen, die bij de vaart heeft gestaan, is niet veel bekend.In 1886 voltrok zich een scheuring in het Kerkelijk leven. De doleantie had zijn intrede gedaan. Drie jaar later werd de Gereformeerde Kerk gebouwd. In 1967 ging dit kerkgebouw geheel door brand verloren. Een nieuwe kerk met bijbehorende gebouwen verrees op ongeveer dezelfde plaats.Op 17 maart 1891 werd de akte gepasseerd van de Coöp. Stoomzuivelfabriek welke onder notaris Banda tot stand kwam. Aan de Skeanewei werd de fabriek gebouwd. In 1892 werd er 416.000 liter melk aangevoerd en verwerkt. Het volgende jaar werd dit opgevoerd tot 452.000 liter. Jammer dat dit stukje industrie in Anjum geen stand heeft kunnen houden. In 1924 werd de zuivelfabriek gesloten en kort daarna afgebroken.In 1910 werd Anjum aangesloten op het Interlokale Telefoonverkeer. Het lokaalspoortje, dat liep van Dokkum naar Metslawier, werd in 1912 doorgetrokken naar Anjum. Met de komst van de N.O.F.-bussen werd dit spoor in 1937 weer opgeheven.

Omstreeks 1900 had Anjum voor die tijd "zeer flinke winkels". Ook waren er vele inwoners (meestal inwoonsters) die een winkelnering in het klein uitoefenden. Rond die tijd maar liefst 36! Verder bezat Anjum vier smeden, drie schildersbedrijven en vijf timmerwerkplaatsen. Met Oostmahorn en Ezumazijl meegerekend waren er vijf herbergen.In de jaren rond 1970 bood Anjum een troosteloze aanblik. De bestrating, straatverlichting en riolering waren ronduit slecht. Veel oude huisjes bij de Ned. Herv. Kerk en zelfs de gehele Loanen werd afgebroken. Gelukkig kwam er verbetering in deze situatie. In de daarop volgende jaren werd het riolerings- en bestratings-plan uitgevoerd. In de Loanen werden nieuwe huizen gebouwd.In 1976 werd de Ned. Herv. Kerk geheel gerestaureerd. Het, in 1910 geplaatste, schot tussen koor en schip werd verwijderd en de preekstoel kwam weer op zijn oude plaats tegen de zuidmuur.Thans is Anjum in het bezit van twee prachtige kerkgebouwen, waar de inwoners dan ook apetrots op zijn.

Bron: www.anjumweb.nl

Wapen van Anjum

"Doorsneden: I in zilver drie gekruiste lisdodden van sinopel, samengebonden met een lint van keel; II gepaald van azuur en zilver van acht stukken."

Wapen van Anjum

Oorsprong/verklaring :
Het wapen is opgebouwd uit elementen van de wapens van twee invloedrijke families ter plaatse: de lisdodden uit het wapen Holdinga, de palen uit het wapen Schwartzenberg thoe Hohenlandsberg.

Bron: www.ngw.nl

 

Ee

Groot Midhuizen

Nes

Wie



 
             
Copyright © 2006 Friesland digitaal