Oosterbierum in beeld

 

Welkom in Oosterbierum

Oosterbierum (Fries: Easterbierrum) is een dorp in het noorden van de Friese gemeente Franekeradeel. Het telt 470 inwoners (2004). Tot de gemeentelijke herindeling van 1984 hoorde Oosterbierum bij de gemeente Barradeel.

Van een reeks dorpen in de streek die zijn ontstaan op een strandwal is Oosterbierum het meest oostelijke; vandaar de naam. Het is waarschijnlijk sinds de vroege middeleeuwen bewoond. De gotische kerk kreeg rond 1500 zijn huidige vorm en was gewijd aan Sint Joris. In het zuidwesten van het dorp bevond zich een stins van het geslacht Haerda.

bron: wikipedia

 

Oosterbierum behoort tot de Bierumen 'Bjirmen', de rij dorpen op de strandwal in het noorden van Westergo. Bierum, van 'bere' betekent huis of schuur. De dorpsnaam geeft aan dat het vanouds beschouwd werd als de oostelijke vestiging van een reeks huissteden. Het zou die reeks gevormd hebben met Pietersbierum, Sexbierum en het verdronken Westerbierum. Deskundigen achten het waarschijnlijk dat Pietersbierum vroeger als 'Westerbierum' aangeduid werd. De oude strandwal is namelijk nog geheel intact. De Bierumen vormen een reeks dorpen met een eigen sfeer en een eigen dialect. Ze maakten destijds deel uit van de gemeente Barradeel.

Evenals de andere dorpen in dit gebied zal de bewoning teruggaan op de vroege Middeleeuwen. Het patronaat van de kerk, Georgius 'Sint Joris', duidt op een late kerkstichting. De verering van Sint Joris 'de Drakendoder' kwam namelijk pas ten tijde van de kruistochten naar onze streken. Het dorp telt rond duizend inwoners. In de Middeleeuwen werd het beheerst door de grote Witherenabdij 'Mariadal' in Kloosterlidlum. Oosterbierum had destijds slechts één versterk huis n.l. dat van de Haerda's dat ten zuidwesten van de dorpskom gebouwd was.
Zijn tegenwoordig tuin- en akkerbouw de belangrijkste middelen van bestaan, in vroeger eeuwen, speciaal in de achttiende eeuw, was ook de visserij erg belangrijk. In de toren bevond zich zelfs een kleine klok, de 'vissersklok' genaamd die de vissers opriep naar zee te gaan als het getij gunstig was.

De grote gotische kerk van gele baksteen heeft rond 1500 de tegenwoordige vorm gekregen. Het is een eenbeukige kerk met op het westen een hoge toren die vanouds een stenen spits bezat. Op de toren, ter ere van Sint Joris, niet een haan maar een ruiter te paard. Volgens de overlevering werd deze ruiter eenmaal per jaar van de toren gehaald en in processie naar de Sint Jorisboerderij aan de Slachte gebracht als de huur betaald moest worden.

Onder in de toren is een kleine gevangenis gemetseld, in de volksmond 'hûnegat' (het hondengat) genaamd. Aan de zuidzijde heeft de kerk een reeds in de middeleeuwen bestaande uitbouw die als consistoriekamer dienst doet. In deze kamer hangt een herinneringsoorkonde van de evacués uit Roermond die in het laatste oorlogsjaar naar Barradeel geëvacueerd werden en in deze kerk de Heilige Eucharistie mochten vieren.

bron: www.jabikspad.nl

 

 

 

 

 

Kie

Miedum

War



 
             
Copyright © 2006 Friesland digitaal