Sexbierum in beeld

 

Welkom in Sexbierum

Voordat we een overzicht geven van de geschiedenis van Sexbierum is het verstandig eerst in te gaan op de naam van het dorp Sexbierum. Immers, wie in Nederland kent niet de plaatsnaam Sexbierum. Een plaatsnaam die meestal in verband wordt gebracht met de woorden sex, bier en rum. Dat dit in het geheel niet klopt zal u wel duidelijk zijn, maar misschien dat u het met onderstaande gegevens nog duidelijker wordt. Er wordt aangenomen dat Sexbierum zijn naam ontleent aan de heilige Sixtus II, een paus van Griekse afkomst. Sixtus Il was paus van 257 - 258 na Christus en heeft veel invloed gehad in Europa. In de geschiedenis komt de naam Sexbierum in verschillende afwijkende vormen voor. Als voorbeeld: Sixtebeeren (1322), Sixtiberum (1324), Sexberum (1371) en Zesberim (1398). De woorden "berum" of "berim" zijn mogelijk afgeleid van het oudfriese zelfstandige naamwoord "bere", dat als betekenis huis of schuur had. De naam Sexbierum kan dus herleid worden tot "huizen van Sixtus".

 

Geschiedenis Sexbierum

Hoewel Sexbierum een oud dorp is, kan wel met zekerheid worden gesteld dat het niet zo oud is als andere plaatsen in de gemeente Franekeradeel zoals Dongjum, Tzum. Deze dorpen waren in de Romeinse tijd al bewoonde nederzettingen. Immers in het begin van onze jaartelling lag op de plaats van Sexbierum toen nog de Waddenzee. Tussen 200 tot 500 na Christus is hierin verandering gekomen.

De zee was in deze periode uiterst aktief en voerde veel slib aan dat op de reeds bestaande kwelders achterbleef. Ook ontstonden nieuwe richels van klei en zand (kwelderwallen) vóór de toenmalige kust. Daarop zijn o.a. Sexbierum en Pietersbierum ontstaan (volgens oude kronieken ca. 743). Deze kwelderwallen (op sommige plaatsen nog verhoogd door het opwerpen van terpen) zijn allemaal gelegen in een richting west-oost, en zijn nu nog herkenbaar in het landschap.
Na het ontstaan van de Middelzee en de Marne (in de 9de eeuw) zijn al die kwelderwaleindjes aan elkaar en aan het al bestaande vasteland vastgeslibd. Alleen de Riedslenk ten zuiden van Sexbierum en Pietersbierum is nog eeuwenlang water en moeras gebleven.
In deze periode heerste er grote welvaart in het terpengebied. De Friezen waren in de Karolingische tijd het voornaamste handelsvolk in NoordEuropa. De handelscontacten strekten zich uit tot Skandinavië, Engeland, Frankrijk en de Rijnstreek.

Het terpengebied exporteerde vrijwel uitsluitend wollen stoffen. Als gevolg van een stijgende zeespiegel namen de overstromingen geleidelijk toe. De mensen kregen toen in de gaten dat er iets moest gebeuren om het land tegen de zee te beschermen. Omstreeks 1200 zal de eerste zeedijk aangelegd zijn. De Hoarnestreek als oude zeedijk en de Slachte als binnendijk zijn hiervan de meest in het oog springende voorbeelden van middeleeuwse zeeweringen.

In het begin zullen deze dijken maar simpele waterkeringen zijn geweest, maar in de loop der eeuwen werden ze verhoogd en verbeterd. Nu werd het ook mogelijk buiten de oude kwelderwallen te wonen. Achter de zeedijk van toen (de Hoarnestreek) ontstond door aanslibbing nieuw kwelderland. Dit land bleek de moeite waard te zijn en al gauw werd er een nieuwe (de tegenwoordige) zeedijk aangelegd. Het nieuw ingedijkte land werd "de Kegen" genoemd. De Hoarnestreek werd en is daarna binnendijk geworden.

In de 17e eeuw maakte de stad Harlingen een bloeiperiode door. Veel rijke kooplieden uit die tijd kochten een boerderij. Deze boerderijen ("states" genoemd), waarvan er vele rondom Sexbierum liggen, waren dus eigendom van rijke kooplieden. Zij gebruikten het voorhuis als tweede woning. Het achterste gedeelte werd verpacht aan een boer, die het voorhuis moest schoonhouden. De grootste state was Liauckamastate. Hierover kunt u meer lezen bij "monumenten in Sexbierum". Latsma-state was vroeger ook helemaal met grachten omringd. Een gedeelte van die gracht is er nu nog.

De geschiedenis van Sexbierum tot dusver speelde zich meer af om het dorp heen dan in het dorp zelf. Zoals eerder aangehaald zal Sexbierum (hoewel dit niet zeker is) omstreeks 743 gesticht zijn. Zeker is wel, dat de plaats waar nu de hervormde kerk staat het oudste gedeelte van Sexbierum is. Omstreeks de 9e eeuw bestond hier al een kleine nederzetting. Het is immers de hoogste plaats van de kwelderwal en in verband met eventuele overstromingen was het niet vertrouwd om op lager gelegen plaatsen te wonen. Sexbierum zal in die tijd niet meer dan een gehucht zijn geweest. Enkele boerderijtjes waarin mensen en vee nog in één ruimte leefden die om een klein (van hout opgetrokken?) kerkje stonden. Sinds de l Ie eeuw zullen de boeren zich geleidelijk hebben gevestigd op het nieuwe land aan de noord- en noordwestzijde van het land en nog later ook op de kwelders in het zuiden en aan de oostkant. Zo verdwenen de meeste boerderijen uit de dorpskom en maakten plaats voor andere huizen, want de akkerbouw bood in die tijd aan vele mensen werk. Ook zullen in deze tijd de eerste ambachtslieden zich gevestigd hebben in Sexbierum.

De huidige hervormde kerk is omstreeks 1200 gebouwd. Hierover kunt u meer lezen bij "monumenten in Sexbierum". In en om het dorp zullen diverse wegen hebben gelopen, welke in de loop der eeuwen zijn verdwenen of veranderd. Sommige stukken zijn er nu nog of in ieder geval aanwijsbaar. Het is duidelijk dat van alle wegen in en om het dorp, die tussen het Tsjerkepaad en de Kade het meest belopen en bereden werd. Ambachtslieden en kooplui vestigden zich bij voorkeur aan deze weg. En zo ontstond langzaam een dorpstraat met aan beide zijden een vrijwel aaneengesloten rij huizen, de "Alde Buorren". Eeuwen lang is deze straat de hoofdstraat van Sexbierum geweest. Ook woonden aan de Alde Buorren zeelieden. In één van de huizen zit nog een mooie gevelsteen met de afbeelding van een schip. Er wordt wel beweerd dat dit het geboortehuis moet zijn geweest van de bekende Tjerk Hiddes. Aan de oostzijde is de gesloten huizenrij van de Alde Buorren onderbroken. Hier staat de pastorie van de hervormde kerk. Ook heeft men een doorbraak gemaakt in de Alde Buorren ten behoeve van een nieuwe straat, die toegang geeft tot de oostelijk gelegen nieuwbouw en dorpshuis "li Waed".

Walburgastate
Oorspronkelijk een landhuis gesticht door Jonkvrouwe Collot d'Escury (uit een adellijk geslacht in Minnertsga). Daarna werd het de dokterswoning. Minnertsga was eerst de hoofdplaats van de grietenij Barradeel. In 1832 werd de secretarie overgeplaatst naar Sexbierum. In 1903 wordt Walburgastate gemeentehuis van Barradeel. Walburgastate lag oorspronkelijk in Pietersbierum maar toen het gemeentehuis erin werd gevestigd, zijn de dorpsgrenzen zodanig gewijzigd, dat Sexbierum zijn naam en faam als hoofdplaats van de gemeente kon handhaven. Tegenwoordig wordt Walburgastate bewoond door de familie Oswald die naast het gebruik als woonhuis er tevens een "béd en brochje" in heeft gevestigd.

Tot 1903 heeft het gemeentehuis van Barradeel aan de Alde Buorren gestaan. Na 1903 heeft het doktershuis in Pietersbierum tot de herindeling van de gemeenten dienst gedaan als gemeentehuis. Men heeft toen de dorpsgrens zodanig verlegd dat het "nieuwe" gemeentehuis in Sexbierum kwam te liggen, zodat Sexbierum de status van hoofdplaats behield. De belangrijkste weg was echter het pad naar de Sexbierumervaart. In het begin was dit nog een slenk, die aan de zuidrand van de kwelderwal naar het westen afboog en in het Fliet eindigde. De schepen konden aanleggen op een plaats die slechts 200 meter van de dorpskern verwijderd lag. Toen er geen direkt gevaar voor overstromingen meer was, zal hier spoedig een kleine nederzetting zijn ontstaan met waarschijnlijk een herberg voor de schippers en kooplui die het dorp bezochten. Zo kan de Kade dus ook beschouwd worden als één van de oudste gedeelten van het dorp. In de 15e of 16e eeuw heeft men direkt achter de erven van de woningen aan de Alde Buorren een vaart gegraven. Aan het begin van de Kade sloot deze met een haakse bocht aan op de bestaande vaart. Hierdoor liep er dus dwars door Sexbierum een dorpsvaart. De vaart liep toen vanaf de loswal, langs de Kade, de Nije Buorren, Tjerk Hiddesstrjitte tot voorbij de Gereformeerde kerk en boog dan af langs de Hearewei in oostelijke richting tot aan de vaart bij de woningen aan de noordkant van de Hearewei. Vanaf eind 1800 was het nog hoofdzakelijk turf en vracht wat door de schepen werd gebracht, met name de schepen van Siegersma, Van der Meulen en Sippens. Vanaf 1960/61 werd de vaart door het dorp dichtgegooid. Aan het begin van de Kade staat nog altijd een "herberg", een karakteristiek gebouw, waarschijnlijk gebouwd in de 18e eeuw, café "De Harmonie".

Aan de westzijde van de dorpsvaart kwam een pad te liggen. Dit pad was op twee plaatsen via een brug bereikbaar. Eén bij de herberg en één bij de hervormde kerk. Omdat dit pad aan de ene kant aansloot bij de Kade en aan de andere kant op de Hearewei (in die tijd nog Middelweg genoemd) maakten veel mensen gebruik van dit pad. Het pad werd een weg en langs deze weg werden weer woningen gebouwd. Het waren weer vooral handelaren en ambachtlui die deze huizen gingen bewonen en langzamerhand ontstond er weer een straat, de Nije Buorren. Tegenwoordig is de Nije Buorren de hoofdstraat van Sexbierum. Met de Alde Buorren vormt ze het winkelcentrum van het tegenwoordige Sexbierum.

Het gedeelte ten westen van de hervormde kerk, voorbij de terp, heet officieel Tjerk Hiddesstrjitte. Tegenover de Tjerk Hiddesstrjitte aan de overkant van de toenmalige dorpsvaart stond een rij huizen. Deze straat had de naam Torenstraat. Na het verdwijnen van de dorpsvaart werden deze huizen gesloopt. Met het verdwijnen van de huizen verdween ook de naarn Torenstraat. Tegenwoordig is ook dit Tjerk Hiddesstijitte. Achter de Nije Buorren ontstond een achterpad met hokken, schuren en kleine woninkjes. Deze zijn hoofdzakelijk in de tweede helft van de 19de eeuw gebouwd, aan beide kanten van het pad. Het pad heet nog steeds Achterom. Het loopt vanaf het Fliet in noordelijke richting, kruist het oude Terppaad en komt uit op de Terp. Een van de schuren die daar stond werd in 1835 ingericht als kerk van de afgescheidenen (later Gereformeerden genoemd). Deze schuur is afgebroken. In 1882 werd aan de andere kant schuin tegenover de schuur een echte kerk gebouwd. Deze heeft dienst gedaan tot 1927.

Schuin achter dit gebouw aan het oude Terppaad is omstreeks 1900 de Gereformeerde school gebouwd die 30 jaar in gebruik is geweest. Tegenwoordig zijn er in dit gebouw diverse woningen. In de tijd toen Sexbierum nog aan alle zijden door water was omringd, zal er een pad over de kwelderrug hebben gelegen. Naar het zuidwesten liep dit pad tot aan de slenk bij Pietersbierum. Wilde men Pietersbierum bereiken dan moest men het water oversteken. Nog altijd ligt hier een weg, de Walburgastrjitte en in het verlengde hiervan het oude Terppaad. Een zijstraat van de Walburgastrjitte heette Semelsbuurt en is inmiddels verdwenen. Het gedeelte tussen het Terppaad en het Tsjerkepaad is verdwenen. In noordoostelijke richting heeft het pad gelopen tot het punt waar nu korenmolen "de Korenaar" staat. Sinds de molen daar is gebouwd noemde men dit het "Molenpaad". Er is van dit oude "Molenpaad" nog maar een heel klein stukje over, direkt ten noordwesten van de Hervormde kerk.

Als u een wandeling door Sexbierum maakt, zult u zien dat veel verdwenen is. Toch herkent u hier en daar nog een stukje historie. Historie waar Sexbierum trots op kan zijn en op is. Wij nodigen u uit het dorp met een wandeling te bezoeken. Ook het pad rondom het kerkhof heeft een zeer oude bestrating. Het is bestraat met zg. "geeltjes". Deze bestratingsvorm is waarschijnlijk al enige honderden jaren oud.


Bron: www.sexbierum.net

 

 

 

 

 

Kie

Miedum

War



 
             
Copyright © 2006 Friesland digitaal