Tzummarrum in beeld

 

Welkom in Tzummarrum

Het dorp Tzummarum is gesticht op de kwelderwal die van Sexbierum tot Minnertsga loopt. Het ontstaan van het dorp door de aanleg van een terp op deze kwelderwal zal ongeveer in de 8e eeuw hebben plaatsgevonden. De eerste bewoners zullen hier zijn komen wonen omdat de hoger gelegen gebieden bij het dorp vruchtbare zavelgronden zijn, die goed zijn te bewerken.

De naam van het dorp is afgeleid van Thiadmar en betekent zoveel als: heem van Thiadmar. Rond het jaar 1000 wordt het dorpsgebied beschermd door de aanleg van een zeedijk, de tegenwoordige Hoarnestreek. Enkele eeuwen later schuift de grens tussen zee en land verder naar het noorden op met de aanleg van de nieuwe zeedijk, op de plaats waar deze ook nu nog ligt.

De landerijen ten noorden van het dorp werden eeuwenlang vooral gebruikt voor de landbouw, terwijl de lage landen ten zuiden van het dorp vaak als hooiland dienst deden. Naast de landbouw was ook lang de visserij een belangrijke bron van inkomen in het dorp. De Vissersvaart van Zeedijk naar het dorp werd speciaal gegraven om de vangst naar de klanten te kunnen brengen.

De kerk van Tzummarum werd in de 13e eeuw geïncorporeerd bij het klooster Lidlum, dat in 1234 werd gesticht op dezelfde kwelderwal waarop ook Tzummarum ligt. Vanaf toen werd de pastoor van Tzummarum benoemd vanuit dit klooster van de Witheren, oftewel Norbertijnen of Preamonstratensers. Tijdens de Middeleeuwen zal het dorp Tzummarum in de schaduw van het klooster hebben geleefd. Alleen al wat betreft het aantal inwoners overvleugelde het klooster het dorp. De conflicten tussen het klooster en het dorp gingen vooral om de macht, o.a. over de landerijen. Grote tegenspeler van het klooster was het adellijke geslacht Roorda (of Roordama) op zijn stins in de Westerbuorren. Als boetedoening bepaalt Johan Roorda uit dit geslacht in 1473 in zijn testament dat er een begijnenklooster zal worden gebouwd. Dat wordt het klooster Bethanië in de Mieden onder Tzummarum. Nog geen eeuw later, in oktober 1572, komt er een einde aan zowel klooster Lidlum als Bethanië als de Geuzen, als hun bijdrage aan de Reformatie, er de brand in steken. Dan staan intussen al bijna honderd jaar de nieuwe kerk en toren in het centrum van het dorp, met de torenklok van 1531. Daarin een inscriptie die verwijst naar de verwoestingen in Tzummarum door de Zwarte hoop (muitende soldaten van de Saksische hertogen) in 1515.

In 1771 begint de aardappel zijn opmars in de Nederlandse keuken vanaf een perceel bouwland tussen Tzummarum en Firdgum. In de Patriottentijd tegen het eind van de 18e eeuw levert het dorp Tzummarum een behoorlijke bijdrage aan de strijd tegen de Prinsgezinden. In augustus 1787 trekken meer dan 70 leden van het vrijkorps van Tzummarum op naar Franeker om daar mee te vechten met de patriotse tegenregering.

In de 19e eeuw beleeft het dorp aanvankelijk een flinke groei. Tussen 1800 en 1878 wordt het inwoneraantal bijna driekeer zo groot. Na het uitbreken van de landbouwcrisis in 1878 keert die trend om. Armoede en het ontbreken van perspectief brengen veel inwoners ertoe het dorp te verlaten om te emigreren, vooral naar Amerika. Anderen zoeken hun heil in de opkomende socialistische beweging. Tzummarum heeft in 1888 zelfs de provinciale primeur van een staking in de landbouw. De laatste decennia van de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw raakt ook in Tzummarum de maatschappij verzuild: de dorpsgemeenschap wordt opgedeeld in gemeenschappen naar geloofsovertuiging. Wanneer in de tweede helft van de 20e eeuw de mechanisatie van de landbouw snel toeneemt, verdwijnen er opnieuw veel inwoners, nu vooral naar Canada. Daarnaast zoeken velen werk in de industrie, meestal buiten de provincie. Deze ontwikkelingen maken Tzummarum meer tot een forensendorp.

Bron: www.tzummarum-firdgum.nl

 

 

 

 

 

 

Kie

Miedum

War



 
             
Copyright © 2006 Friesland digitaal